Bridge leren in Alkmaar en omgeving 

 

 

 

              

                                                           CURSUS HOGEROP                                                                Alkmaar,  23 februari 2009   

Vanaf september 2009 wordt voor het eerst sinds vele jaren in Alkmaar en zeer wijde omgeving een cursus georganiseerd voor bridgers die kennis willen krijgen, uitbreiden dan wel opfrissen op het niveau van de eerste klasse en de hoofdklasse. De cursus is inhoudelijk gebaseerd op het tweedelige boek HOGEROP van de bekende schrijver van bridgeboeken , tevens zelf nog steeds behorend tot de wereldtop,  Berry Westra.  Inschrijving is reeds mogelijk voor één losse les/thema. De cursist bepaalt zelf het aantal lessen en de daarbij  gewenste thema’s. Kortom, de cursist geeft de cursus   zelf vorm, zowel qua omvang als qua inhoud.  Deze cursusformule beoogt ook de bridger met weinig tijd voor het volgen van een cursus  een aantrekkelijke mogelijkheid te bieden om het plezier aan de bridgehobby te doen toenemen. Voor de uitdaging om kennis te vergroten dan wel op te frissen biedt deze cursusformule eigenlijk een niet te missen kans.

Voor het opvragen van de brochure of andere informatie:  tel. 072 5156468     of   Mail: rhp.lunsingh@chello.nl   of   per post   zie  Contact  

                EEN KORTE BESCHRIJVING PER THEMA TREFT U  ONDERSTAAND AAN 

                                           

 Korte beschrijving van de thema's

  THEMA'S  DEEL 1  HOGEROP            
        conventies en enkele belangrijke begrippen zijn rood gekleurd      
1. REVERSE                p.7
Het vrijwillig bieden van een nieuwe hogere kleur op tweeniveau belooft overwaarde. Reverse bieden is 
 rondeforcing en in bepaalde situaties mancheforcing.          
                   
2. DE EERSTE SLAG               p.19
Na de uitkomst en zicht op de dummy kan de leider grofweg zien of het geboden contract een 'vleiertje' is, 
nog wat arbeid behoeft, of er hopeloos uitziet. Na die eerste indruk moet een speelplan worden gemaakt. 
De eerste slag speelt hierbij regelmatig een cruciale rol. Het is verstandig om het speelplan te maken voordat 
ook maar één kaart uit de dummy is bijgespeeld. Daarmee kan worden voorkomen dat het contract reeds in de 
eerste slag om zeep wordt geholpen. Onder meer wordt stilgestaan bij het al dan niet ophouden van het aas
in de uitkomstkleur ter verbreking van de communicatie tussen de tegenstanders.    
                   
3. DE KLEUR VAN DE TEGENPARTIJ           p.31
In competitieve biedverlopen bestaat de mogelijkheid om de kleur van de tegenpartij te bieden. In het algemeen
is het weinig zinvol om een dergelijk bod als natuurlijk te spelen. Het bod wordt gebruikt om de bieding
mancheforcing te maken. Een aantal verschillende situaties wordt behandeld.    
                   
4. LONG SUIT TRIALS             p.43
Wanneer er een fit in een hoge kleur is gevonden, ga je in de regel niet meer op zoek naar een alternatieve
troefkleur. Aan het bieden van een nieuwe kleur wordt derhalve een andere invulling gegeven dan de zoektocht
naar een alternatieve troefkleur. Deze afspraak ziet op het doen van een manchepoging in uiteenlopende situaties.
                    
5. UITKOMEN TEGEN TROEFCONTRACTEN           p.53
SA-contracten en troefcontracten verschillen van elkaar als dag en nacht. In troefcontracten speelt één kleur, 
de troefkleur, een dominante rol. De tegenspelers hebben minder voordeel van een lange kleur dan in  
SA-contracten. Daar staat tegenover dat zich nieuwe kansen op slagen aandienen in de vorm van introevers. 
Bij dit thema wordt bezien in hoeverre dit gegeven van invloed is op de uitkomst.    
                   
6. DE VIERDE KLEUR               p.65
Als er drie kleuren reëel geboden zijn, is het bieden van de vierde kleur conventioneel. Het toont manche-
interesse en vraagt partner om zijn hand nader te omschrijven. De vierde kleur is het mechanisme om partner
aan de praat te houden. Partners verdeling en dekking in de vierde kleur zijn belangrijke zaken in dit thema.
                   
7. DE VEILIGE HAND               p.77
Soms is een contract in gevaar als de ene tegenspeler aan slag komt, maar heb je niets te duchten als de 
andere tegenspeler (de veilige hand) aan slag komt. Het komt regelmatig voor dat je enige invloed kunt 
uitoefenen welke hand aan slag komt.            
                   
8. ZWAKKE TWEE EN MULTI             p.87
2-openingen zijn traditioneel echt en sterk. Wie in het huidige wedstrijdbridge winnend bridge wil spelen moet
regelmatig problemen creëren voor de tegenpartij. Op basis van deze filosofie zijn er alternatieve 2-openingen
zoals de zwakke twee en de Multi ontwikkeld.          
                   
9. BESCHERMEND BIEDEN             p.99
Een volgbod belooft gewoonlijk een goede vijfkaart en een informatiedoublet toont openingskracht en steun voor 
alle ongeboden kleuren. Zodra echter het bieden op een laag niveau dreigt uit te sterven is het zelden winnend
bridge om de deelscore niet te bevechten en de tegenpartij bv. op eenniveau te laten spelen. De vereisten voor
het volgbod en het informatiedoublet worden dan versoepeld.        
                   
10. SIGNALEREN               p.109
Het aan- of afsignaal bij het bijspelen is voor een beginnend bridger al snel bekende stof. In dit thema krijgen
het distributiesignaal (hoeveel kaarten bezit partner in een bepaalde kleur) en het Lavinthalsignaal (een signaal
over je bezit in een andere kleur of wel een kleurpreferentiesignaal)) de nodige aandacht.   
                   
11. WANNEER TROEFTREKKEN?             p.117
Het belang van tijdig troeftrekken is het uitgangspunt. Het is echter een misvatting dat je altijd met troeftrekken
moet beginnen. Dit thema behandelt het onderscheid wanneer de troeven wel en niet direct te trekken. 
                   
12. DOUBLET               p.125
Het begrip doublet kan diverse betekenissen hebben. Is het informatief, voor straf of negatief  
Het uitkomstdoublet komt eveneens aan bod, met inbegrip van het Lightner doublet    
                   
13. EEN NIEUWE KLEUR OP DRIENIVEAU           p.137
Als de zoektocht naar de fit zich eenmaal op het drieniveau bevindt , kan er vrijwel niet meer onder de manche
worden afgestopt. Daarom maken we de afspraak dat een nieuwe kleur op drieniveau mancheforcing is. Met een
aantal voorbeelden worden de voorwaarden voor het bieden van een nieuwe kleur op drieniveau in beeld gebracht.
                   
14. BIJSPELEN EN NASPELEN             p.145
Optimaal tegenspel is vaak afhankelijk van een goede samenwerking tussen partners. Basisafspraken zijn dan
van belang. In dit thema komt het bijspelen en naspelen van de derde man aan de orde. Het wel of niet switchen
naar een andere kleur is een belangrijke vraag, direct na de eerste slag. Die beslissing wordt mede door het
signaal/de informatie van de derde man beïnvloed.           
                   
15. REDOUBLET               p.157
Aan het  redoublet kunnen diverse betekenissen worden toegekend. Besproken worden het traditionele redoublet,
het S.O.S.redoublet, het Rosenkranz redoublet en het redoublet op een uitkomstdoublet van de tegenpartij.
                   
16. KLEURBEHANDELING           p.167
Een aantal veel voorkomende speelfiguren komen aan de orde. Onder meer wordt aandacht besteed aan het
belang van hoge tussenkaarten, communicatie tussen de handen van leider en dummy, conclusies trekken uit
het verloop van een eerdere slag, het belang van kansberekening en het principe van de beperkte keus.
                   
17. PREFERENTIE               p.179
Centraal staat de eerste herbieding door de openaar waarbij de bieding van een nieuwe lagere kleur zonder 
sprong de wijde range van 12-17 punten aangeeft. Het tweede bijbod met 6-9 punten zonder fit vraagt een  
zorgvuldige keuze aangezien tegenover een minimale opening het contract al snel te hoog uitvalt. Aan de hand 
van een reeks van voorbeelden wordt dit thema zorgvuldig ontleed en hanteerbaar gemaakt.  
                   
18. DEKKEN OF NIET DEKKEN?             p.187
De regel honneur op honneur, met als doel een lagere kaart in dezelfde kleur bij jou of je partner te laten 
promoveren, gaat er bij bridgers met de paplepel in. Maar de uitzonderingen zijn met de nodige creativiteit
en inbeeldingskracht  goed te herkennen.            
                   
19. BIEDEN NA EEN INFORMATIEDOUBLET           p.197
Als je begint met een informatiedoublet en vervolgens een nieuwe kleur biedt, was je te sterk voor een volgbod
in een kleur. Bied je SA na, dan was je te sterk voor een 1SA volgbod. Ook de strijd om de deelscore en het
teruggekaatst doublet krijgen aandacht. Tot slot komt de psych aan bod.      
                   
20. COMMUNICATIE               p.209
Voor optimaal afspel is een goede communicatie van levensbelang. Verborgen entrees, deblokkeren (ook met 
lagere kaarten) en anticiperen op mogelijke blokkades zijn de uitdagingen van dit thema.  
                   
21. TWEEKLEURENSPELLEN             p.219
Na een opening van de tegenpartij kun je met een volgbod en een informatiedoublet in de bieding komen.
Maar wat te doen met een uitgesproken tweekleurenspel? Diverse conventies kunnen daarbij behulpzaam zijn.
De unusual 2SA, het Michaels cuebid en Ghestem worden besproken, inclusief de antwoorden.   
                   
22. AANVALLEN OF VERDEDIGEN           p.231
De aanval is de beste verdediging is een veel gehoorde kreet. In bridge is dat lang niet altijd waar. Soms speel
je een contract alleen down door simpel geen slag weg te geven, door passief te verdedigen. Aan de hand van
een aantal voorbeelden wordt het maken van de keuze voor actief of passief tegenspel behandeld.  
                   
23. OP WEG NAAR SLEM           p.243
Slembieden behoort tot de moeilijkste onderdelen van het bridgespel. De weg naar  slem behoort in vier stappen
te worden afgelegd. Zijn er genoeg waarden om aan slem te denken? Staat er een troefkleur vast? Zijn alle
zijkleuren onder controle? Zijn er genoeg azen binnenboord? Een interessante 'wandeling' staat te wachten!
                   
24. ROMAN KEY CARD BLACKWOOD           p.255
Ondanks een succesvolle wandeling op weg naar slem wordt het einddoel niet altijd bereikt. Met name de 
kwaliteit van de troefkleur is dan de hindernis. RKC Blackwood wijst je de juiste weg!      
                   

  

 THEMA’S   DEEL 2   HOGEROP    

 

1. ELIMINATIE EN INGOOI                                                                                                                  p.7

    Een tegenstander ingooien is aantrekkelijk wanneer je een kleur hebt waaruit je meer slagen kunt halen als de  

    tegenstanders deze kleur aanspelen. Daartoe is van belang dat andere kleuren door de leider eerst worden

    gespeeld,  de tegenstander een veilige kleur niet kan spelen en zo daadwerkelijk ingegooid raakt.

 

2. OP WEG NAAR 3SA             Gambling 3SA                                                                                    p.17  

    Hoe onderzoek je of 3SA een verantwoord contract is? Met name richten we ons op spellen met een fit in een

    lage kleur. Zijn de ongeboden kleuren gedekt? Met het bieden van een nieuwe kleur onder 3SA doen wij dat

    onderzoek. Tevens aandacht voor de gambling 3SA en het jump cuebid.

 

3. DE MUIDERBERGSE TWEE                                                                                                           p.29

    In het moderne bridge biedt het hinderen van de tegenpartij bij het vinden van hun optimale contract goede

    scoringskansen. De Muiderbergse twee opening is daarbij van waarde gebleken. De 2 en 2 opening tonen

    een vijfkaart in de geopende kleur en een vierkaart of langer in een lage kleur, met 6-10 punten. Met goed

    fittende handen kunnen zo scherpe contracten worden uitgeboden. De kwetsbaarheid is van groot belang.

 

4. TROEFPROMOTIE                                                                                                                         p.39

     Zowel voor leider als tegenstanders kan deze techniek zo maar een extra  troefslag opleveren. Voor de

     tegenpartij biedt daarnaast de uppercut eveneens extra troefslagkansen.

 

5. THE PRINCIPLE OF FAST ARRIVAL                                                                                             p.51

     In een mancheforcingsituatie is een direct manchebod een stopbod. Een lager steunbod toont sleminteresse.

    Toepassing van dit principe vereist van beide partners een gedegen kennis van de biedtheorie. Je moet

     immers precies weten of een biedverloop wel of niet mancheforcing is.

 

6. MISLEIDING                                                                                                                                   p.61

    Voor winnend bridge is het vermogen om de tegenstanders in de fout te laten gaan minstens zo belangrijk als

    een goede techniek. Het uitlokken van fouten is een kunst op zich. De misleiding geschied middels de keuze  

    van de bijgespeelde kaart (niet via de manier waarop je de kaart bijspeelt!). Misleiding is zowel voor de leider

    als voor de tegenspelers van veel betekenis. Ook wordt aandacht besteed aan ongeoorloofde  misleiding.

 

7. BIEDEN MET FIT                                                                                                                            p.75

    Een opvallende mogelijkheid wordt geboden om een manchebod in de gevonden fitkleur een preëmptieve

    betekenis te geven. Een belangrijke reden is het verkrijgen van meer ruimte voor goed slembieden. De 12+

    handen van de  bijbieder kunnen op diverse  manieren worden verteld. De Jacoby 2SA, splinter bids en

    Truscott worden behandeld.

 

8. REAGEREN OP EEN VOLGBOD VAN PARTNER                                                                            p.87

    Het accent ligt op het bieden na een kleurvolgbod. Aandacht wordt besteed aan het two-way cuebid en het

    sprong cuebid. Het bieden zonder fit, het bieden in competitie en het bieden na een 1SA volgbod krijgen de

    nodige aandacht.

 

9. AFGOOIEN                                      Lavinthal                                                                                 p.99

    Tegenspelen wordt vrij algemeen beschouwd als het moeilijkste onderdeel van het bridgespel. Binnen het

     tegenspel geldt het afgooien wanneer je niet kunt bekennen als een van de lastigere onderdelen. Dit is met

     name het geval als de leider een lange kleur afdraait en je meerdere discards moet vinden. Een hoofdregel is :

     tracht zo lang mogelijk gelijke lengte te houden in een lange kleur van de leider of de dummy.

     Enkele signaleermethoden worden besproken.

 

10. SAFETY-PLAYS                                                                                                                           p.111

      Speelwijzen waarmee je je ten koste van een mogelijke overslag kunt verzekeren van het maken van je

      contract zijn niet populair in parenwedstrijden maar zijn dat des te meer in viertalwedstrijden. Ook bij het

      spelen van ge(re)doubleerde contracten in parenwedstrijden zijn safety-plays nuttig. Onder meer  aandacht

      voor de ‘gevaarlijke hand’.

 

11. HET COMPETITIEVE DOUBLET                                                                                                    p.123

      Het competitieve doublet is onmisbaar voor goed competitief bieden. Met dit doublet geef je aan dat je iets wilt    

      bieden,  maar dat je niet beschikt over een bod waarmee je je hand goed omschrijft.  Het support doublet en

      het teruggekaatst doublet worden eveneens besproken.

 

12. KAARTLEZEN (AFSPEL)                                                                                                              p.133

      Goed afspel begint met het maken van een speelplan. Daarnaast is het belangrijk de informatie uit het bied-

      en spelverloop te registreren en analyseren. Dan probeer je je een beeld te vormen van de gesloten handen.

      Je ’leest‘ de kaarten, localiseert de ontbrekende  honneurs en reconstrueert  de verdeling.

 

13. KAARTWAARDERING                                                                                                                  p.145

      Kaartwaardering is het inschatten van de kracht van je hand. De locatie van de plaatjes in je hand bepaalt

      mede de werkelijke waarde van de honneurpunten in de hand. Punten kunnen beter in lange kleuren zitten

      dan in korte kleuren. Daarnaast is een puntenconcentratie prettiger dan een spreiding van punten. Het

      biedverloop en de aanwezigheid van een fit zijn mede bepalend.

 

14. TIMING                                                                                                                                         p.155

      In een speelplan zijn vaak meerdere taken voor de leider aan de orde. Zoals troeftrekken, introevers maken

      aan de  korte kant, bijkleur ontwikkelen etc. Omdat elk spel anders is moet in het speelplan een keuze worden

      gemaakt voor de juiste volgorde van de uit te voeren taken voor het spel zoals dat aan de orde is. Het kiezen

      van de juiste volgorde noemen we timing. Troefcontrole en communicatie zijn dikwijls de bepalende factoren

      bij de juiste timing.

 

15. LANDY, MULTI-LANDY EN DONT                                                                                                  p.167

      Voor het bieden na een 1SA opening van de tegenpartij bestaan vele conventies. In dit hoofdstuk worden drie

       populaire conventies nader belicht: Landy, Multi-Landy en DONT.

 

16. UITKOMEN TEGEN SA-CONTRACTEN                                                                                          p.179

      Een veel gemaakte keuze is de uitkomst met de langste kleur. Regelmatig moet het biedverloop worden

      meegewogen bij de uitkomst. In dit hoofdstuk staat dat centraal. Daarnaast aandacht voor de ‘vierde van

      boven’ als alternatief voor ‘kleintje belooft plaatje’ alsmede aandacht voor de uitkomst in partners kleur.

 

17. VERDEDIGING TEGEN PREEMPTS                                                                                              p.189

      Het bieden na preëmptieve openingen is een moeilijk onderdeel van het bridgespel. Na een volgbod is er niet

      of nauwelijks ruimte voor mancheonderzoek. Een belangrijke regel is daarom dat een volgbod niet alleen

      gebaseerd is op een goede kleur maar ook op puntenkracht. Na preëmptieve openingen, zoals de Muiderberg

      en de Multi, kunnen diverse conventies ter verdediging worden gebruikt, met als vb. de Wereldconventie.

 

18. GEVORDERDE SPEELTECHNIEK                                                                                                p.201

      Het afspel kent vele bijzondere speeltechnieken waarmee schijnbaar onmaakbare contracten kunnen worden

      binnengehaald. In dit hoofdstuk aandacht voor onder meer ‘loser-on-loser’, dummy-reversal, de troefcoup en

      Morton’s fork.

 

19. STAYMAN VARIANTEN                              Niemeijer                                                                    p.213

      Stayman is de populairste bridge conventie ter wereld. Meerdere varianten zijn ontstaan. Behandeld worden

      de Puppet Stayman , Checkback Stayman en  Stayman relay.

 

20. KAARTLEZEN (TEGENSPEL)                                                                                                        p.223

      Voor goed tegenspel is het essentieel om je een beeld te vormen van de niet zichtbare handen. Vier punten

      worden  behandeld : het uittellen van de verdeling, het tellen en plaatsen van de punten, het tellen van de

      slagen van de leider en de logische gevolgtrekkingen uit het spelverloop.

 

21. BALANCEN                                                                                                                                  p.235

      Het openhouden van de bieding als deze op een laag niveau dreigt uit te sterven wordt ook wel balancen

      genoemd. De punten lijken redelijk evenwichtig verdeeld en het spel zal op deelscoreniveau worden gespeeld,

      na de bekende strijd om de deelscore. Partner zal nu niet plotseling naar de manche gaan. Belangrijk is het

      onderscheid tussen wel of geen fit voor de tegenpartij. Met o.a. aandacht voor de 2SA ‘unusual’.

 

22. LEBENSOHL                                                                                                                                p.245

      Na een 1SA opening van partner en een volgbod van de tegenpartij vervallen de Stayman en Jacoby

      transfers. De Lebensohl conventie biedt dan mogelijkheden voor een groot aantal situaties.

 

23. HET REDBOD                                                                                                                              p.253

      Wanneer het spel aan de tegenpartij ligt moet je in de strijd om de punten er voor zorgen dat de minscore zo

      laag  mogelijk blijft. In dat kader kan het verstandig zijn een contract te bieden, waarvan je op voorhand weet

      dat het down gaat. Met o.a. aandacht voor ‘the law of total tricks’, het redbod op voorhand en de forcing pas.

 

24. DE DWANGPOSITIE                                                                                                                     p.265

      De dwangpositie zou een speeltechniek zijn die alleen is weggelegd voor topspelers. Niets is minder waar. De

      techniek van de dwangpositie is vrij simpel onder de knie te krijgen. Regelmatig gaat een dwang zelfs vanzelf!

      Ontdek dit schijnbaar toveren van een slag ‘uit het niets’! Maak kennis met onder meer de Vienna coup.